De auto van de IB-ondernemer: privé-vermogen of bedrijfsvermogen?
Een IB-ondernemer die een personenauto aanschaft waarmee hij (of zij) ook zakelijk gaat rijden, zal zich de vraag (moeten) stellen of deze auto tot het privé-vermogen of tot het ondernemingsvermogen behoort.
Bij aanvang van het ondernemerschap of bij aankoop van de personenauto door een ondernemer, moet worden bepaald of de personenauto privé-vermogen of ondernemingsvermogen is. Een auto is verplicht ondernemingsvermogen als de auto uitsluitend of nagenoeg uitsluitend (dat wil zeggen: > 90%) voor ondernemingsdoeleinden wordt gebruikt. Bij bestelauto’s en vrachtauto’s zal dit vrijwel altijd het geval zijn. Bij personenauto’s kan dit het geval zijn, afhankelijk van de omstandigheden. Let wel, we spreken hier over de inkomstenbelasting. De etikettering voor de inkomstenbelasting geldt niet noodzakelijkerwijs ook voor de omzetbelasting. Beide belastingen hebben hun eigen criteria, wat betekent dat een keuze voor de inkomstenbelasting niet gevolgd hoeft te worden in de BTW en vice versa! Een auto kan dus voor de inkomstenbelasting als privé-vermogen gelden en tegelijkertijd voor de omzetbelasting als ondernemingsvermogen. Voor de omzetbelasting vormt een auto ondernemingsvermogen als deze uitsluitend zakelijk wordt gebruikt of als bij gemengd gebruik (dat wil zeggen: zowel zakelijk als privé) de keuze wordt gemaakt de auto tot het BTW-ondernemingsvermogen te rekenen. De verhouding tussen het zakelijke en het privé-gebruik is niet relevant voor het mogen maken van deze keuze.
Wanneer is een auto keuzevermogen voor de inkomstenbelasting?
Meestal zal er sprake zijn van keuzevermogen bij een personenauto. Er is sprake van keuzevermogen als een auto niet uitsluitend voor zakelijke doeleinden wordt gebruikt en evenmin een uitgesproken privé‑karakter heeft. Als deze situatie zich voordoet (en dat zal vrijwel altijd zo zijn bij personenauto’s), dan is er binnen de grenzen van redelijkheid de keuze om de auto geheel tot het privé-vermogen te rekenen of geheel tot het ondernemingsvermogen. Een partiële keus is overigens niet mogelijk. Bij personenauto’s wordt de redelijkheid van de keuze bepaald door de mate, waarin de auto zakelijk en privé wordt gebruikt. De fiscale gevolgen zijn totaal verschillend, zodat de keuze welbewust dient te worden gemaakt.
Tot het verplichte privé-vermogen behoren die vermogensbestanddelen, die in geen enkel verband staan met het uitgeoefende bedrijf of beroep of waarmee geen enkel zakelijk belang is gediend. Bij een personenauto zal er zelden sprake zijn van verplicht privé-vermogen, tenzij de auto in het geheel niet voor de onderneming wordt gebruikt.
Fiscale gevolgen auto als ondernemingsvermogen
Als een auto ondernemingsvermogen is (verplicht of gekozen), dan zijn alle kosten die aan de auto worden gemaakt, aftrekbaar binnen de onderneming. Daarvan uitgezonderd zijn enkele niet-aftrekbare kosten, zoals boetes, schade door rijden onder invloed en onzakelijke uitgaven (zie de vraag hierna). Daartegenover staat dat de ondernemer een bijtelling dient te doen conform het autokostenforfait. Feitelijk betekent dit dat slechts de kosten die uitgaan boven het forfait, aftrekbaar zijn. Ook hier geldt dat de bijtelling een ‘ten minste bedrag’ is. Als de Inspecteur de bijtelling echter op een hoger bedrag vast wil stellen dan de forfaitaire 25%, dient hij of zij dit aan te tonen. De bijtelling kan in elk geval nooit hoger zijn dan de daadwerkelijke kosten binnen de onderneming. Hierbij worden de effecten van willekeurige afschrijvingen of aangepaste afschrijvingen wegens toepassing van een herinvesteringsreserve overigens geëlimineerd. Als er minder dan 500 kilometer privé wordt gereden met de auto, dan is de correctie van het forfait op de winst niet van toepassing, maar vindt er een winstcorrectie plaats ter grootte van de werkelijk verreden kilometers maal de integrale kilometerprijs.
Wanneer wordt welke keuze gemaakt?
De keuze voor privé-vermogen of ondernemingsvermogen wordt gemaakt bij de eerste aangifte, die als ondernemer wordt ingediend. Op dat moment moet worden beoordeeld welke keuze fiscaal het gunstigst is. Als een keuze eenmaal gemaakt is, kan deze niet meer worden herzien nadat de keuze definitief vaststaande fiscale gevolgen heeft gehad. De keuze kan daarom herzien worden tot het moment, waarop de bezwaartermijn is verlopen terzake van de (definitieve) aanslag inkomstenbelasting over het jaar, waarin de keuze is gemaakt. Daarna is er geen keuzevrijheid meer. Slechts bij wijziging van de omstandigheden mag de keuze opnieuw worden gemaakt.
Bron: AN nr 19
Bij vragen over dit artikel kunt u vrijblijvend contact opnemen met een van onze adviseurs.
Wij leren u met uw plannen, of die nu groot of bescheiden zijn, graag kennen, Hof Groep Accountants & Adviseurs.
E. info@hofgroep.nl T. +31 (0)416 - 56 78 78 W. www.hofgroep.nl W. www.hofgroep-kennisnet.nl
Terug naar actualiteiten rubriek (actualiteiten VOF, ZZP & EZ)
|
|
|
Colofon
Deze website is onderdeel van Hof Groep Accountants & Adviseurs. De nieuwsberichten die wij op onze websites en nieuwsbrief publiceren zijn van algemene informatieve aard.
Afhankelijk van de feitelijke omstandigheden van een specifiek geval kan de informatie op bepaalde gevallen niet, dan wel niet onverkort van toepassing zijn. De informatie op onze websites
en de nieuwsbrief is niet bedoeld als, en dient niet te worden beschouwd als, financieel of juridisch advies van welke aard dan ook.
Hof Groep Accountants & Adviseurs is niet aansprakelijk voor de gevolgen van het eventuele gebruik dat van de informatie wordt gemaakt.
Voor onze algemene voorwaarden klik hier (de pagina wordt in een nieuw venster geopend, zie onderaan de pagina).
Voor financieel, strategisch of fiscaal advies met betrekking tot uw specifieke situatie kunt u contact opnemen met:
Hof Groep Accountants & Adviseurs
Grotestraat 132a
5141 HC Waalwijk
T. 0416 - 56 78 78
F. 0416 - 56 78 79
info@hofgroep.nl
www.hofgroep.nl
www.hofgroep-kennisnet.nl
© ® 2011 all rights reserved
.
.
